Bingo spelregels

Bingo is een vrij eenvoudig spel dat gespeeld wordt met meerdere spelers. Het is geen uitzondering dat er bij een bingo wedstrijd soms honderden mensen meespelen. Over het algemeen krijgen of kopen Bingo spelers speelkaarten met daarop verschillende nummers. Die nummers staan in een raster van 5 bij 5. Het cijfer 5 komt overeen met de 5 letters in het woord Bingo. Vervolgens worden er door de spel leider willekeurige nummers getrokken uit een schaal, een bak of iets dergelijks dat voor handen is. Een nummer is dan bijvoorbeeld N23 of B16. De letters geven aan in welke kolom het nummber zich bevindt.

De nummers die getrokken worden, komen uit een aantal van 75 nummers (bij Amerikaanse Bingo) of uit een aantal van 90 (bij Bingo uit de UK en Australië). Er worden net zolang nummer getrokken totdat er een speler als eerste een Bingo patroon op zijn kaart heeft. Dat kan een lijn zijn met 5 cijfers / nummers in een verticale lijn, een horizontale lijn of een diagonale lijn. Deze speler wint het spel.

Bingo met 75 ballen

Bij bingo met 75 ballen bevat een kaart 24 genummerde hokjes in een rooster en één blanco vakje. Een leeg hokje dus. De nummers op de kaart zijn willekeurig; er is geen één kaart hetzelfde, het patroon van de nummers is op elke kaart anders. Ze staan in 5 rijen van 5 hokjes, er zijn dus 25 hokjes, inclusief het lege vakje.

– In de B kolom vind je doorgaans nummers tussen de 1 en de 15;
– In de I kolom staan doorgaans nummers tussen de 16 en de 30;
– In de N kolom bevatten doorgaans nummers tussen de 31 en de 45;
– In de G kolom zijn de doorgaans nummers tussen de 46 en de 60 te zien;
– In de O kolom staan doorgaans nummers tussen de 61 en de 75;

In de N kolom staan 4 cijfers en het lege vakje.

Voorbeeld:
75 ballen bingo